Gisterenavond, 20 oktober, vergaderde een allegaartje van wijnproevers zich bij me thuis om een viertal witte en een viertal rode wijnen te proeven. Blind uiteraard. En met de bedoeling ze te herkennen als bordeaux, bourgogne, rhône en beaujolais (voor rood) en riesling, chenin blanc, sauvignon blanc en chardonnay (voor wit).
Rood ging prima. Bij wit lieten we ons allen in de luren leggen door een sauvignon die misschien typischer had gekund, de chenin die droger was en waarin sommigen houtrijping meenden te ontwaren, en de chardonnay waarin dat hout net leek te ontbreken.

